Werken met breuken
BREUKEN
Een breuk bestaat uit een teller en een noemer. We oefenen de vier basisbewerkingen met breuken.
Bij optellen en aftrekken is een gemeenschappelijke noemer nodig. Bij vermenigvuldigen vermenigvuldig je tellers en noemers; bij delen vermenigvuldig je met het omgekeerde.
CONCLUSIE
Vereenvoudig elk antwoord en controleer of de noemer niet nul is.