Eindexamen Nederlands leesvaardigheid: plan voor 2027
Eindexamen Nederlands leesvaardigheid in 2027: havo op 18 mei, vwo op 21 mei, van 13.30 tot 16.30 uur. Wat de syllabus toetst, waar je oude examens vindt en een plan van november tot mei.

Kort antwoord
Leesvaardigheid voelt als een vak waar je niet voor kunt leren, maar het eindexamen Nederlands leesvaardigheid toetst een vaste set vaardigheden, en die kun je trainen. Het centraal examen (CE) Nederlands in het eerste tijdvak van 2027 is op dinsdag 18 mei 2027 voor havo en op vrijdag 21 mei 2027 voor vwo, allebei van 13.30 tot 16.30 uur, volgens Examenblad. Het CE gaat over leesvaardigheid en over argumentatieve vaardigheden, voor zover het om analyseren en beoordelen gaat. Train dus niet "lezen" in het algemeen, maar de vaste onderdelen: tekstsoort en schrijfdoel, hoofdgedachte, verbanden tussen tekstdelen, argumentatie en samenvatten. Doe dat met oude examens en de oefensets op Examenblad, en kijk elke keer na met het correctievoorschrift.
Wanneer is het CE Nederlands in 2027?
| Examen | Datum | Tijd |
|---|---|---|
| Nederlands havo | dinsdag 18 mei 2027 | 13.30 tot 16.30 uur |
| Nederlands vwo | vrijdag 21 mei 2027 | 13.30 tot 16.30 uur |
Bron: de vakpagina's Nederlands havo en Nederlands vwo op Examenblad. Je hebt drie uur. Dat klinkt ruim, maar met meerdere teksten en open vragen is het dat niet. Tijd verdelen is dus een vaardigheid die je ook moet oefenen.
Mag je iets meenemen? Volgens de regeling toegestane hulpmiddelen havo en vwo 2027 is bij alle centrale examens een eendelig verklarend woordenboek Nederlands toegestaan, of een woordenboek van en naar je thuistaal. Een digitaal woordenboek mag niet. Wen eraan om je woordenboek alleen kort te gebruiken: wie bij elk woord gaat zoeken, komt niet aan de laatste tekst toe.
Wat oefen je: tekstverbanden en vraagtypen
De syllabus Nederlands havo 2027 zegt dat het CE gaat over domein A (leesvaardigheid) en domein D (argumentatieve vaardigheden), voor zover het analyseren en beoordelen betreft. De teksten zijn informatief, beschouwend en betogend, uit kranten, tijdschriften en van websites, en gaan over maatschappelijke onderwerpen. Voor vwo staat er een eigen syllabus op de vakpagina; de teksten en vragen zijn daar over het algemeen complexer.
Dit zijn de vaardigheden die de syllabus noemt, vertaald naar wat je moet kunnen:
- Tekstsoort en schrijfdoel. Is een tekst uiteenzettend, beschouwend of betogend? Wil de schrijver informeren, laten nadenken of overtuigen?
- Hoofdgedachte. In één zin zeggen waar een tekst of alinea om draait, ook als dat er niet letterlijk staat.
- Relaties tussen tekstdelen. Oorzaak en gevolg, doel en middel, standpunt en argument, algemene uitspraak en toelichting, en verwijzingen. Dit zijn de tekstverbanden waar veel punten aan hangen.
- Argumentatie. Standpunten en soorten argumenten herkennen, argumentatieschema's herkennen en drogredenen zien.
- Beoordelen. Is een betoog aanvaardbaar? Klopt de redenering?
- Samenvatten. Een tekst terugbrengen tot de hoofduitspraken, en beoordelen of een gegeven samenvatting klopt.
Nieuwe vraagtypen. De syllabus meldt dat er nieuwe vraagtypen kunnen voorkomen: meer bronnen per vraag, scenario's, vragen over figuurlijk taalgebruik en framing, sorteer- en synthesetaken en vragen over bruikbaarheid en betrouwbaarheid van teksten. Op Examenblad staan oefensets om aan die vragen te wennen. Doe er minstens een paar, zodat je niet op de dag zelf voor het eerst zo'n opdracht ziet.
Formulering telt. Volgens de syllabus gaan er bij open vragen scorepunten af voor incorrecte formuleringen en onjuist taalgebruik, waaronder spelfouten. Een goed antwoord dat slordig is opgeschreven, kost je dus punten.
Plan van november tot mei
Reken op twee keer per week een half uur tot drie kwartier. Meer mag, maar regelmaat werkt bij leesvaardigheid beter dan af en toe een lange sessie.
November: begrippen op orde. Zet de begrippen uit de syllabus op een rij: tekstsoorten, schrijfdoelen, de verbanden, de argumentatieschema's en de drogredenen. Zoek bij elk begrip één voorbeeld uit een echte tekst. Een krantenartikel of opiniestuk is prima.
December en januari: per vaardigheid oefenen. Pak per week één vaardigheid. Week één: hoofdgedachte per alinea. Week twee: signaalwoorden en verbanden. Week drie: argumentatie. Gebruik losse vragen uit oude examens die precies die vaardigheid toetsen. Kijk na met het correctievoorschrift en schrijf op waarom jouw antwoord wel of niet goed was.
Frequently asked questions
Wanneer is het eindexamen Nederlands in 2027?
In het eerste tijdvak is het CE Nederlands havo op dinsdag 18 mei 2027 en vwo op vrijdag 21 mei 2027, allebei van 13.30 tot 16.30 uur, volgens Examenblad.
Wat wordt er getoetst bij leesvaardigheid?
Volgens de syllabus gaat het CE over leesvaardigheid en argumentatieve vaardigheden: tekstsoort en schrijfdoel, hoofdgedachte, verbanden tussen tekstdelen, argumentatie beoordelen en samenvatten.
Mag ik een woordenboek gebruiken?
Ja, een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of een woordenboek van en naar je thuistaal. Een digitaal woordenboek is niet toegestaan.
Waar vind ik oude examens Nederlands?
Via Examenblad en via je docent, met het correctievoorschrift. Op Examenblad staan ook oefensets voor de nieuwe vraagtypen.
- Examenblad: examenrooster 2027 (geraadpleegd op 13-10-2026)
- Examenblad: Nederlands havo 2027 (geraadpleegd op 13-10-2026)
- Examenblad: Nederlands vwo 2027 (geraadpleegd op 13-10-2026)
- Examenblad: syllabus Nederlands havo 2027 (geraadpleegd op 13-10-2026)
- Examenblad: toegestane hulpmiddelen havo en vwo 2027 (geraadpleegd op 13-10-2026)
- Astra AI: homepage en veelgestelde vragen (geraadpleegd op 13-10-2026)






